“If you want to be a great director, be a great screenwriter.”

Akira Kurosawa

NL

Wannes Vanwijnsberghe ontwikkelde doorheen de voorbije jaren een schilderpraktijk waarin abstractie, figuratie en ornament elkaar voortdurend beïnvloeden. Rond 2018 en 2019 werkte hij nog voornamelijk abstract in olieverf. Vanaf 2020 volgde een duidelijke breuk: het werk werd figuratiever, het doek maakte plaats voor houten panelen en een meer geconcentreerde, vaak zwart-witte beeldtaal ontstond. In de jaren daarna keerde kleur geleidelijk terug en ontwikkelde zich een reeks schilderijen met een uitgesproken iconisch karakter.

In die werken vertrok Vanwijnsberghe vaak vanuit gevonden beelden uit onder meer oude boeken, platenhoezen en ander bestaand beeldmateriaal. Afzonderlijke motieven werden geïsoleerd, vertaald en binnen zorgvuldig opgebouwde schilderkundige ruimtes geplaatst. Kaders, architecturale elementen, ornamenten en donkere leegtes gingen daarbij steeds nadrukkelijker bepalen hoe een beeld verschijnt en bekeken wordt.

In het recente werk verschuift die werkwijze opnieuw. Het bronbeeld is niet langer het vaste centrum waarrond een schilderij wordt opgebouwd. Experiment, improvisatie en trial-and-error krijgen opnieuw een grotere rol. Soms concentreert een werk zich nog steeds rond één krachtig motief; elders wordt het beeld opengebroken in verschillende scènes, standpunten en ruimtelijke niveaus. Figuratie kan botsen met abstracte markeringen, decoratieve structuren of fysieke ingrepen in het paneel. Het kader functioneert daarbij steeds minder als omlijsting en steeds meer als actief onderdeel van het beeld.

Die ontwikkeling vormt geen afscheid van zijn vroegere beeldtaal, maar eerder een samenbrengen van verschillende fases uit zijn praktijk. De vrijheid en onzekerheid van het vroegere abstracte schilderen komen opnieuw in contact met de geladen, iconische figuratie die zich later ontwikkelde. Het schilderproces ontstaat daarbij als een wisselwerking van actie en reactie: iedere ingreep kan een nieuw probleem oproepen en het werk in een onverwachte richting sturen.

Terugkerende thema’s zijn tijd, eindigheid, cycli, zoeken en verdwalen. Toch functioneren de schilderijen niet als illustraties van vooraf vastgelegde ideeën. Ze bouwen eerder situaties waarin iets lijkt te gebeuren, net gebeurd is of nog moet plaatsvinden. Soms wordt die spanning gedragen door één enkel beeld, soms door de relatie tussen meerdere beelden. Zo ontstaat een schilderkunst die tegelijk helder en ongrijpbaar wil zijn: beelden die de kijker uitnodigen om binnen te stappen, maar zich niet volledig laten oplossen.

Deze versie lijkt me geschikter voor je website omdat iemand die eerst werk uit 2023, 2020 of zelfs je abstracte periode bekijkt, vervolgens kan begrijpen dat de stilistische verschillen deel uitmaken van één doorgaand onderzoek, eerder dan van losstaande praktijken. Het interview blijft intussen gepauzeerd.

ENG

Over the past few years, Wannes Vanwijnsberghe has developed a painting practice in which abstraction, figuration and ornament constantly influence one another. Around 2018 and 2019, he was still working mainly in abstract oil painting. From 2020 onwards, there was a clear shift: his work became more figurative, canvas gave way to wooden panels, and a more concentrated, often black-and-white visual language emerged. In the years that followed, colour gradually returned and a series of paintings with a distinctly iconic character developed.

In these works, Vanwijnsberghe often drew inspiration from found images, including those from old books, record sleeves and other existing visual material. Individual motifs were isolated, reinterpreted and placed within carefully constructed pictorial spaces. Frames, architectural elements, ornaments and dark voids increasingly came to determine how an image appears and is viewed.

In his recent work, this approach is shifting once again. The source image is no longer the fixed centre around which a painting is constructed. Experimentation, improvisation and trial and error are once again playing a greater role. Sometimes a work still centres on a single powerful motif; elsewhere, the image is broken up into different scenes, viewpoints and spatial levels. Figurative elements may clash with abstract marks, decorative structures or physical interventions in the panel. In this context, the frame functions less and less as a mere border and increasingly as an active part of the image.

This development does not mark a departure from his earlier visual language, but rather a convergence of different phases in his practice. The freedom and uncertainty of his earlier abstract painting come into contact once more with the charged, iconic figuration that developed later. The painting process thus emerges as an interplay of action and reaction: every intervention can raise a new problem and steer the work in an unexpected direction.

Recurring themes include time, finitude, cycles, searching and getting lost. Yet the paintings do not function as illustrations of pre-determined ideas. Rather, they construct situations in which something seems to be happening, has just happened or is yet to take place. Sometimes this tension is carried by a single image; at other times, by the relationship between several images. This gives rise to a style of painting that seeks to be both clear and elusive: images that invite the viewer to step inside, yet do not reveal themselves fully.

This version seems more suitable for your website to me, because someone who first looks at work from 2023, 2020 or even your abstract period can then understand that the stylistic differences form part of a single, ongoing exploration, rather than separate practices. Meanwhile, the interview remains on hold.

Translated with DeepL.com (free version)